Veel bedrijven vertrouwen hun meest bekwame werknemers (zoals directeurs of senior managers) de meest uitgebreide bevoegdheden toe om de dagelijkse activiteiten te beheren. Hoewel deze vertrouwensband essentieel is voor efficiëntie, schuilt er een juridische valkuil: de kwalificatie als 'feitelijk bestuurder' (dirigeant de fait). Deze status is niet zonder risico, want wie als feitelijk bestuurder wordt aangemerkt, kan bijvoorbeeld dezelfde straffen en sancties oplopen als de statutaire bestuurder (dirigeant de droit), zonder te “profiteren” van diens wettelijke voordelen.
Juridische ondergeschiktheid
Het probleem ontstaat door de tweestrijd tussen de vereisten voor een arbeidscontract en de feitelijke machtsuitoefening. Een geldig arbeidscontract vereist dat de werknemer zich bevindt in een situatie van juridische ondergeschiktheid (subordination juridique). De feitelijk bestuurder daarentegen wordt gedefinieerd als iemand die positieve beheers- en directieactiviteiten uitoefent in volledige soevereiniteit en onafhankelijkheid. Zodra een werknemer functies of verantwoordelijkheden uitoefent die hun theoretische taken overstijgen, het bedrijf vertegenwoordigt tegenover derden, of over bankvolmachten beschikt, wordt deze grens gevaarlijk dun. De rechtspraak baseert zich op een bundel van aanwijzingen (faisceau d’indices) om te bepalen of er sprake is van feitelijk bestuur.
Geen positieve beheersdaden
Veel bedrijven delegeren uitgebreide bevoegdheden in de veronderstelling dat dit de juridische ondergeschiktheid van de werknemer niet aantast. De praktijk leert anders. Een werknemer die een delegatie van bevoegdheden (délégation de pouvoir) heeft ontvangen, is in beginsel geen feitelijk bestuurder. De Cour de cassation is hier echter rigoureus in. Om de kwalificatie van feitelijk bestuurder af te wijzen, moeten de lagere rechters precies kunnen vaststellen dat de werknemer geen positieve beheersdaden heeft verricht die de grenzen van zijn gedelegeerde taken overschrijden.
Dit betekent dat het niet volstaat om bevoegdheden te delegeren; u moet er absoluut zeker van zijn dat de grenzen van die delegatie waterdicht zijn gedefinieerd en dat de werknemer deze grenzen niet overschrijdt (ook niet "per ongeluk").
Risico's
Als een werknemer succesvol wordt geherkwalificeerd als feitelijk bestuurder, zijn de gevolgen niet aangenaam:
• De feitelijk bestuurder kan hoofdelijk aansprakelijk (solidairement responsable) worden gesteld voor de belastingschulden en boetes van de vennootschap jegens de schatkist, met name als ernstige en herhaalde niet-naleving van fiscale verplichtingen het verhaal onmogelijk heeft gemaakt (Artikel L. 267 LPF).
• In geval van vereffening of gerechtelijke liquidatie van de onderneming kan de feitelijk bestuurder persoonlijk worden veroordeeld tot het bijdragen in het maatschappelijk passief (passif social). Dit kan leiden tot persoonlijke sancties zoals een verbod op bestuur (interdiction de gérer).
• De feitelijk bestuurder is niet gedekt door de werkloosheidsverzekering (Assurance chômage), omdat het vereiste ondergeschiktheidsverband ontbreekt.
Om deze risico's te vermijden, moet u de juridische ondergeschiktheid van uw werknemers juridisch formaliseren en kunnen bewijzen. Algemene afspraken volstaan hierbij niet.
Wij helpen u met het opstellen van een waterdichte delegatie van bevoegdheden die de taken duidelijk afbakent, in lijn met de vereiste ondergeschiktheid. Door duidelijke controles en regelmatige rapportageverplichtingen te implementeren, behoudt u de juridische structuur.